|
|
|
| |
Ze
is tamelijk klein van stuk en je vraagt je af hoe ze een reusachtig orgel in bedwang
kan houden, hoe ze zo'n geweldig apparaat van slangen, pijpen en blaasbalgen,
toetsen en registers naar haar handen zet. Niets is onmogelijk voor Marie-Claire
Alain. Ze beheerst evenzogoed een sobere canon of een gekompliceerde fuga uit
het barok-repertoire, als een zwaar-sonore symfonie uit de romantische orgelliteratuur. We
hebben afgesproken om 11 uur in het Haarlemse hotel "Le lion d'or".
In de lounge speelt zacht middle-of-the-road-muziek uit het plafond, jazzy, à
la Oscar Peterson. Ze komt samen met haar man, ooit werkend in het verzekeringswezen,
die al sinds jaren haar manager is. Of ze iets willen drinken. Nee, toch maar
niet, ze hebben net ontbeten. Marie-Claire heeft veel te doen tijdens de 3 dagen
dat ze de traditionele Haarlemse Orgelmaand bezoekt. Maar voor een gesprek neemt
ze de tijd. Het is een maandagmorgen, vroeg in september van 1988.
RAB:
Ik heb in de catalogi gezocht en ik vond dat uw eerste plaat een opname was uit
1958. Is dat juist? MCA:
Oh, dat was al veel eerder, in '54. In 1958 was het de eerste stereofonische grammofoonplaat.
RAB:
Die plaat uit '58 werd in de Verenigde Staten uitgebracht door de Haydn Society.
Die uit 1954 ook? | |
| |
MCA: Ja, er was een overeenkomst tussen Erato en de Haydn Society. Dat was de
allereerste plaat van Erato. Ik geloof dat Jean-François Paillard de tweede
heeft gemaakt. Mijn plaat heette "Pièces inédites de Bach",
dat waren stukken die toen nog niet op de plaat waren gezet. In die tijd had je
veel beroemde platen van Helmut Walcha, van André Marchal, van Fernando
Germani. We hebben toen in de katalogi gekeken en gezocht naar de stukken voor
die plaat en daar ik een kleine debutante was, heeft men me gezegd dat we die
stukken zouden nemen die nog niet eerder op de plaat verschenen waren. Jammergenoeg
kun je dat tegenwoordig niet meer doen. (Ze lacht.)
RAB:
Heeft u Helmut Walcha gekend? MCA:
Niet persoonlijk. Ik heb veel naar zijn platen, die ik erg bewonderde, geluisterd.
RAB:
In de jaren vijftig was hij het... MCA:
Op de platenmarkt was hij het die het meest bewonderd werd. RAB:
En Jeanne Demessieux? MCA:
Die heb ik goed gekend. Ik heb haar hier zelfs in Haarlem ontmoet. Het eerste
jaar dat ik hier in Haarlem les kwam geven. RAB:
U bent hier in het kader van "de orgelmaand". |
Marie-Claire Alain werd in
1927 geboren in Saint Germain-en-Laye (Yvelines, Frankrijk), de geboorteplaats
van een andere grote franse kunstenaar: Claude Debussy. Ze studeerde orgel bij
de grote en beroemde Marcel Dupré aan het "Conservatoire national
supérieur de Paris". Ze won vele internationale prijzen en wordt als
dé vertolkster van de vroege orgelmuziek beschouwd. Voor Erato maakte
ze opnamen van Buxtehude tot en met Messiaen. Daaronder de complete orgelwerken
van Johann Sebastian Bach. Met meer dan 200 registraties heeft ze een indrukwekkende
discografie volgespeeld. Nauwgezetheid en een drang naar persoonlijke vrijheid
zijn de kenmerken van haar karakter. Die zijn ook in haar musiceren terug te vinden.
Haar opvattingen ten aanzien van stijl, haar levendige geest en haar studiezin
leveren haar ook als lerares veel waardering op. In 1976 werd haar miljoenste
plaat verkocht. In datzelfde jaar ontving ze van de stad Lübeck de Buxtehude-prijs.
Ze werd in 1980 onderscheiden met de "Léonie Sonning Music Prize"
uit Kopenhagen. En in 1987 mocht ze voor haar voortreffelijke Liszt-opname de
"Budapest International Liszt Record Grand Prize" in ontvangst nemen.
Ze beperkt zich niet strikt tot de barokmuziek. Integendeel. Onder de vele opnamen
die zijn uitgebracht treffen we werk aan van Mozart, Fauré, Poulenc, Jehan
Alain, Haendel, Saint-Saëns en Vivaldi.
|

Het
magnifique Müller orgel van de Grote of St. Bavo kerk in Haarlem.
Foto van de hoes van CNR Lp SPES 8201waarop Albert de Klerk Mozart's Fantasie
in F en Mendelssohn-Bartholdi's Variaties over "Vater unser im Himmelreich"
speelt. | |
MCA:
Ik ben hier drie dagen en zal hier drie cursussen geven aan organisten over het
werk van mijn broer Jehan Alain. En morgenavond geef ik een concert in de Bavo.
De grote kerk. Op het beroemde orgel van Christian Müller.
RAB:
Men heeft het vaak over "le nouveau style" in de interpretaties van
de muziek uit de Barok. U heeft twee maal het complete oeuvre van Bach opgenomen... MCA:
Ja, zelfs drie keer. Eigenlijk niet helemaal drie keer. Ik heb recent nog andere
platen gemaakt, want de muzikale interpetatie is een voortdurende evolutie. U
vraagt juist over "de nieuwe stijl". Hier in Haarlem zijn we begonnen
om die problemen van de uitvoering uit te werken. Veel organisten hebben altijd
deel van die beweging uitgemaakt - op afstand of van dichtbij. En voor mij is
het een aanzet om mijn manier van spelen te vernieuwen; ik heb me altijd geinformeerd
zonder me helemaal in die beweging te verliezen. Dat was voor mij belangrijk.
RAB:
U speelt nu Bach totaal anders dan... MCA:
...dan in de jaren '50 en '60. RAB:
Is dat voor u een groot verschil? MAC:
Ja, alles moest veranderd worden. Niet alleen de vingerzetting, maar zelfs de
manier waarop je je hand houdt. Dat is moeilijk als je al uitvoerend kunstenaar
bent. RAB:
U was gewend aan de gangbare manier van spelen. MCA:
Ik was er aan gewend, maar ik was het niet altijd eens met wat ons geleerd werd.
Voor mij is het niet moeilijk geweest om naar nieuwe wegen te zoeken. Ik voelde
de noodzaak er van aan, ik had behoefte aan verandering. RAB:
Denkt u niet dat het de interpretatie kan beperken? MCA:
Helemaal niet, integendeel, het geeft veel meer gemak wanneer je de moeilijkheden
van de vingerzetting - de zogenaamde moeilijkheid - meester bent geworden. De
muziek is in die vingerzetting geschreven. En veel passages die ons eerst moeilijk
voorkwamen werden nu heel gemakkelijk. Ik, die de twee manieren van spelen ken,
hou vol dat de nieuwe manier veel meer gemak geeft. Veel mensen hebben er veel
moeite voor moeten doen. Maar als je het beheerst, dan is die nieuwe manier veel
gemakkelijker. RAB:
Kan daardoor ook de ritmische beweging veranderen? MCA:
De franse muziek werd altijd al met een ander ritme gespeeld. En voor ons Fransen
krijgt de ritmiek nu diezelfde souplesse, die een zekere vrijheid inhoudt ten
aanzien van de partituur. RAB:
Heeft u contacten met musici als Nikolaus Harnoncourt - de bekende vernieuwer
- en Ton Koopman? MCA:
Harnoncourt ken ik niet persoonlijk. Ik heb vaak naar zijn uitvoeringen geluisterd.
Ton Koopman ken ik natuurlijk wél persoonlijk. We nemen alle twee voor
Erato op en we hebben een plaat gemaakt met werk van Francis Poulenc. Hij heeft
het clavecimbelconcert gespeeld en ik het Concert voor Orgel, Strijkers en Pauken.
RAB:
Houdt u veel van Poulenc? In het begin dacht ik dat u altijd voor de barok tout
court was. MCA:
Nee, niet alleen maar de barok. Ik interesseer me ook voor de 19e eeuw. En de
eerste helft van de 20e eeuw. RAB:
Wat is het modernste wat u speelt? MCA:
Oh, ik hou op bij 1950 en ik heb indertijd werken op het repertoire genomen waarvoor
ik jammergenoeg niet meer de gelegenheid heb om ze uit te voeren. Eigenlijk moet
je als je hedendaagse muziek wilt uitvoeren specialist zijn. Ik heb de tijd niet
om me op dat gebied te specialiseren. RAB:
Terugkomend op Bach. U heeft zoveel jaren met hem geleefd. MCA:
Jazeker. RAB:
U bent weliswaar getrouwd, maar toch...
|

Het
complete oeuvre voor orgel van J.S. Bach werd uitgegeven op 25 Lp's in prachtige
cassette, aangevuld met een interview en een introductie op een extra Lp. | |
MCA:
...laten we zeggen dat het een gesublimeerde liefde is. RAB:
Wat bevalt u aan hem? MCA:
Het evenwicht, het totaal meester zijn van de konstruktie en van het instrument.
Bach heeft de mooiste muziek geschreven voor orgel voor wat betreft de intellectuele,
mechanische en geestelijke aspecten. En er is een wondermooie geestelijke kant.
RAB:
En dat is de emotie? MCA:
Dat is de emotie. RAB:
Wat bevalt u niet aan hem? Is hij wel eens streng? MCA:
Hij is soms hard, ja, en soms heeft hij een neiging om te lang te zijn, en soms
een tendens te theoretisch te zijn. In de laatste werken zijn er stukken die wat
moeilijk zijn voor de toehoorder. Hij is dan ver van ons verwijderd, zijn geest
heeft dan een zodanige virtuositeit die wel eens aan ons voorbijgaat. Maar als
je in staat bent om dat te volgen is het prachtig. Hij heeft zoals alle komponisten
werk geschreven dat heel goed is en werk dat een beetje minder goed is. Maar ondanks
alles is het minder goede van Bach altijd nog beter dan het beste van veel andere
komponisten. |
Marie-Claire
Alain's repertoire reikt van de muziek van de mysterieuze Nicolas de Grigny (1730)
tot en met de spirituele composities van Olivier Messiaen.
Marie-Claire
Alain speelt César Franck op het Tucek (Kutná Hora)/Voit (Durlach)
orgel in de Smetena Zaal in Praag, 1967 (Supraphon SUA ST 50823). | |
RAB: Van welke van zijn werken houdt u het meest?
MCA:
Van zijn hele oeuvre? Luister, de grote werken vanzelfsprekend, ik heb een speciale
voorliefde voor de Fantasie en Fuga in G, voor de Grote Prelude in E, voor dé
Fuga, en ik heb ook een zwak voor de Trio Sonates. Die stonden op mijn eerste
populaire plaat waarvan er honderduizenden verkocht zijn - ik vind dat ik een
affiniteit met de trio's heb om ze te spelen - dat was de eerste plaat van mijn
integrale Bach. RAB:
Maar u houdt ook van Buxtehude. MCA:
Jazeker! RAB:
Binnenkort verschijnen er twee CD's... MCA:
In Frankrijk zijn die al uitgebracht. Ik heb op een heel mooi orgel in Groningen
gespeeld; ik probeer het juist uit te spreken. RAB:
Heeft Buxtehude ook zoveel geschreven als Bach? MCA:
Nee, niet zo veel, maar het is toch wel een omvangrijk oeuvre... en dat veel over
de jeugd van Bach verklaart. Hij heeft in ieder geval een grote invloed op Bach
gehad. En Buxtehude is muziek waarbij je je alle vrijheden kunt veroorloven die
je bij Bach je niet kunt permitteren. Want Buxtehude is een improvisator, hij
fantaseert. En het is muziek om je te vermaken. RAB:
Bent u van plan het hele oeuvre van Buxtehude op te nemen? MCA:
Nee, ik heb het al eens helemaal opgenomen in 1968/9. Maar nu heb ik werken uitgezocht
die ik het mooiste vindt. Dat voorrecht had ik. Voor mij is dat momenteel genoeg.
RAB:
Een andere grote improvisator is César Franck. Is hij ook een favoriet
van u? |


Het
prachtige en indrukwekkende, door de firma Flentrop gerestaureerde, orgel
van de St. Laurenskerk in Alkmaar.
Foto uit 'Het Beste uit AudiOpinie' Copyright Flentrop Orgelbouw. | |
MCA:
Die speel ik graag onder bepaalde voorwaarden. Het is duidelijk dat zijn improvisatie
veel meer gecontroleerd is. Maar Franck heeft een stijl die toch typisch Frans
is en die ik als vanzelf aanvoel. RAB:
Hoe heeft u in uw jeugd het orgel leren kennen? MCA:
Voor mij kwam het door de familieomstandigheden. Ik heb het orgel niet gekozen.
Ik ben geboren in een familie van muzikanten. RAB:
Was er niet een moment waarop u met het orgel kennismaakte en u tegen uzelf zei:
"Dat is het instrument wat ik wil gaan bespelen?" MCA:
Omdat iedereen bij ons thuis orgel speelde vond ik het eerst saai om ook organist
te worden. En ik wilde iets anders gaan doen. Maar dat heeft me altijd weer naar
het orgel gevoerd. RAB:
U moet Holland wel goed kennen. Er zijn hier veel orgels, niet? MCA:
Ja, die zijn er en ik ben een groot aantal jaren hier gekomen - al bijna dertig
jaar, nee het is precies dertig jaar - en ik ben vaak in Haarlem geweest.
RAB:
Zijn er orgels waarvan u denkt: Ah, die zijn speciaal voor mij gemaakt? MCA:
Er zijn veel mooie orgels. Het orgel van de St. Laurenskerk in Alkmaar heb ik
nog niet gezien sinds de restauratie. Maar ik zou er graag heengaan. Ja, en het
orgel van Groningen is erg muzikaal. Er zijn er zo veel. Nederland is erg rijk
aan mooie orgels. RAB:
En Denemarken toch ook, nietwaar? MCA:
Vooral in de jaren zestig werden veel orgels gerestaureerd. Maar Holland heeft
veel moeite gedaan en is nu veel rijker geworden. RAB:
Uw producer/opnametechnicus is Yolanta Skura. Heeft u altijd met haar samengewerkt?
MCA:
Nee, Ik werk met haar sinds 1978. Voordien was het een Deen, Peter Willemoës.
RAB:
Is er tussen die twee ook een verschillende manier van opnemen? MCA:
Ja, want de mode is ook veranderd. In de jaren zestig maakten we opnamen die veel
presentie hadden, een beetje agressief waren. En men geeft dat ook toe. En nu
maakt men opnamen die veel "zachter" zijn en die van een grotere afstand
gemaakt worden om de natuurlijke akoestiek van de kerk terug te vinden. We werken
steeds met een stereo kunsthoofd. Het zijn opnamen die nooit getrukeerd zijn.
En we zoeken soms wel uren lang naar de juiste positionering van het kunsthoofd
- met de microfoons - om de beste klank van het orgel te hebben. Zo krijgen we
een opname die volkomen natuurlijk is. RAB:
Als een proefopname wordt gemaakt en ook als de eigenlijke opname is gemaakt,
luistert u dan ook mee en u geeft uw mening? |

Disque
numérique ERA 9266: Bach BWV 565, 578, 593, 542, 582 Marie-Claire
Alain aux grandes orgues Schwenkedel de la Collégiale de Saint-Donat | |
MCA:
Jazeker, ik geef mijn oordeel en zeg of ik er mijn orgel in terugvind, ja of nee.
RAB:
U zegt: mijn orgel. Maar als u speelt zit u op de orgelbank. Dat is een andere
plaats dan die van de microfoons. MCA:
Zeker. Maar na zoveel jaren heb ik natuurlijk geleerd hoe de verschillende orgels
klinken. Ook luister ik als anderen spelen. Je moet er op een of andere manier
rekening mee houden hoe je spel in de kerk klinkt. Soms luister ik ook naar de
banden om te weten hoe de verschillende manualen klinken. RAB:
Wat is uw mening over de digitale opnamen? MCA:
Digitaal dat is heel mooi. Dat is het beste. De CD is voor het orgel veel beter
dan de vinylplaat. RAB:
Wat zijn uw plannen? MCA:
Er is nog een stel CD's die van mij uitkomen. Eén met werk van Olivier
Messiaen - La nativité du Seigneur en Le banquet céleste - en nieuwe
opnamen met Missen van François Couperin als vervolg op mijn opnamen van
1962. Ze zijn al gemaakt en komen waarschijnlijk in december of begin volgend
jaar uit. Messiaen is een gigant op muziekgebied en dit jaar wordt hij 80 jaar.
Hij komponeert nog steeds en zijn muziek is altijd levendig. Het is muziek die
spreekt, die zingt, die veel geeft, al is hij zelfs wel eens wat systematisch.
Maar hij heeft een wonderbaarlijke inspiratie. |
Marie-Claire
Alain is ook een toegewijd claviciniste, Samen met Robert Veyron-LaCroix, Anne
Marie Beckensteiner en Olivier Alain speelde ze de complete concerten voor drie
en vier clavecimbels. In Duitsland werden deze Erato-opnamen uitgegeven op het
Christophorus label. | |
RAB:
Het heeft wat jaren geduurd voordat hij werkelijk bekend werd. MCA:
Dat is het lot van veel componisten. Maar nu hij zo oud is wordt hij echt erkend
als de grote franse componist die hij is. RAB:
Bespeelt u nog een ander instrument? MCA:
Ja, calvecimbel. RAB:
Maar dat is voor uw... MCA:
...dat is voor m'n plezier. RAB:
En als u het orgel niet gekozen had, had u dan een ander instrument genomen?
MCA:
Nee, voor geen enkel ander instrument heb ik een affiniteit. RAB:
Houdt u van andere muziekuitingen, zoals jazz of... MCA:
Ja, van jazz wel. Ik houd niet van rock. RAB:
Is jazz voor u stemmingsmuziek? MCA:
Ik kan u geen titels noemen, maar goede jazz uit de jaren 20 en 30, New Orleans,
daarnaar luister ik met veel plezier. RAB:
En andere genres, zoals opera bijvoorbeeld? MCA:
Zeker. Ja... u vroeg me als ik niet voor orgel had gekozen, wat dan... dan zou
ik misschien zangeres zijn geworden. De zang is de mooiste menselijke expressie.
Het staat model voor alles. RAB:
Je vous remercie infiniment Madame. | | | | Nadat
ik bedankt heb voor het boeiende gesprek en voor de tijd die ze heeft vrijgemaakt,
geeft haar man me een recente foto en ik vraag haar of ze het goed vint dat ik
boven het artikel zet: "Notre Dame de l'orgue. Marie-Claire Alain"...of
dat wel kan. Ze lacht alsof ze onverwacht een onderscheiding opgespeld krijgt.
Ze is niet alleen een groot organiste, onze lieve vrouwe van het orgel.
Voetnoot.
Jehan Alain, de op 29 jarige leeftijd in 1940 gesneuvelde, oudere broer van Marie-Claire,
was een begaafd organist en componist die veel religieuze werken voor orgel heeft
geschreven. Transcriptie
van het originele interview in het Frans. Tekst Rudolf A. Bruil. |
|